Vrijheid betekent niet dat je de wereld naar je hand zet, maar dat je de onzichtbare muren afbreekt die je in je eigen geest hebt opgetrokken. Het is een inzicht dat zich gedurende vele jaren in mij heeft verdiept: dat mijn grootste beperkingen niet van buitenaf komen, maar gevormd worden door de subtiele patronen die ik onbewust in mezelf heb verweven.
Het is een proces dat nooit echt af is; telkens wanneer ik denk dat ik de kern heb bereikt, kom ik weer een nieuwe, diepere laag tegen. Die laag vraagt vervolgens ook om onderzoek: wat is er op dit niveau nog meer dat mij ‘vasthoudt’?
Echte vrijheid gaat voor mij niet over wat ik doe, maar over wat ik durf los te laten. Het is een voortdurend proces van mentaal en emotioneel onthechten, waarbij het boeddhistische concept van non-attachment mijn kompas is geworden. Dit betekent niet dat ik nergens meer om geef, maar dat ik leer genieten van wat er is, zonder de verstikkende angst dat het moet blijven zoals het nu is. Het is het verschil tussen een vuist die zich krampachtig sluit en een hand die rustig open blijft liggen.
Herken jij die eerste signalen van willen controleren op de momenten dat de wereld niet meewerkt? Daar waar de weerstand tegen situaties die anders lopen dan gepland het meest voelbaar is. Je merkt het al in de kleinste dingen: een gesprek dat stroef verloopt of een dagplanning die in de soep loopt door een onbenulligheid. Op zulke momenten voel je de fysieke spanning in je schouders en de drang om de realiteit naar je hand te zetten. Juist in dat innerlijke verzet, dat moment van niet kunnen loslaten, verlies je je vrijheid; de ruimte om mee te bewegen met wat er werkelijk is.
Dit herken ik na al die jaren nog steeds in mijn eigen diepgaande overtuiging dat ik alles goed moet regelen, zowel voor mezelf als voor anderen. Ik leefde lang vanuit de onuitgesproken gedachte dat er van mij verwacht werd dat ik de situatie onder controle hield en de boel op de rit moest houden. De bevrijding zit voor mij in het steeds weer opnieuw loslaten van die regie. Ik mag simpelweg toekijken wat er gebeurt als ik de teugels laat vieren; het besef dat het is wat het is, en dat situaties hun eigen weg wel vinden, geeft ruimte en rust.
Pas als je die vastzittende weerstand erkent en bewust laat varen, ontstaat er ruimte om weer vrijuit te ademen. Die verlichting is bijna tastbaar, alsof er een last van je schouders glijdt en je eindelijk de vrijheid voelt om simpelweg aanwezig te zijn in plaats van te vechten.
Ditzelfde patroon zie je vaak terug in relaties en de rollen die je daarin speelt. Het gaat bijna vanzelf: onbewust leg je de mensen om je heen soms vast in je eigen verwachtingen, in de hoop hen te vormen tot een versie die je houvast biedt.
Ware emotionele vrijheid vraagt echter om de moed om de ander volledig vrij te laten, zonder hen te willen bezitten. Het is een uitnodiging om diezelfde vrijheid ook naar binnen toe toe te passen.
Want misschien wel de meest hardnekkige vorm van vasthouden is die aan de vaste beelden die je van jezelf hebt gevormd. Je hebt jezelf misschien lang verteld: “Ik ben nu eenmaal zo, dus daarom reageer ik op deze manier.” Het is een verhaal over jezelf dat veilig voelt omdat het je gedrag verklaart, maar het is tegelijkertijd een enorme rem op je ware zijn.
Zodra je dat verhaal echter begint te herkennen als slechts een verhaal, ontstaat er een kostbare pauze. In die korte stilte tussen een gedachte en je reactie daarop, vind je de vrijheid om de controle los te laten. Ik merk dat daar de werkelijke ruimte zit: niet langer direct hoeven te reageren vanuit die oude patronen. Het is een bijna fysieke ervaring van ruimte, alsof de spanning in je gedachten eindelijk loslaat. Door de grip op wie je ‘moet’ zijn te laten varen, ontstaat er juist dan de rust om simpelweg te blijven bij wie je al bent. Je hoeft niet langer een bepaalde versie van jezelf hoog te houden om overeind te blijven; dat is waar de werkelijke ontspanning begint. Hoe minder je probeert de wereld of jezelf in een kader te persen, hoe meer ruimte je ervaart waarin het leven weer ongehinderd kan stromen. Het wegvallen van de voortdurende zelfopgelegde druk laat geen leegte achter, maar een innerlijke vrijheid waarin alles er mag zijn, precies zoals het zich aandient.
Leren vrij te zijn is voor mij dan ook geen eindstation waar ik op een dag triomfantelijk aankom. Het is een voortdurende oefening in opmerkzaamheid; het herkennen van die momenten waarop ik ongemerkt de teugels weer strak trek. Elke keer dat ik die lijntjes bewust laat vieren, voel ik me lichter. Zo pel ik mezelf af, totdat er niets meer overblijft dan de ruimte om te zijn met wat er is.
Door Tanja van der Schaaf, Ki Work Shiatsu, www.ki-work.nl